Er leeft een oud vooroordeel. Dat samenwonen bewijs is van toewijding en dat apart wonen betekent dat u nog niet zeker bent. In de zestig klopt dat precies omgekeerd. Wie dan voor aparte huizen kiest, doet dat vaak na veel meer gesprek, veel meer afweging en veel meer zelfkennis dan de stellen van begin dertig die meteen gaan samenwonen omdat het goedkoper is.
LAT, "Living Apart Together", wordt in Nederland en Belgie steeds vaker de vorm waarin een tweede serieuze relatie na de zestig zich verankert. Niet als opstapje naar iets vasters, maar als het vaste zelf.
Waarom samenwonen na een leven er al een in zich heeft
In uw twintigerjaren bouwt u samen een huis. In uw zestigerjaren heeft u allebei er al een. Een huis in Bergen aan Zee dat u van uw moeder heeft geerfd. Een flat in Mechelen waar uw kleindochter logeert. Een appartement in Utrecht dat u tien jaar geleden met zorg heeft ingericht nadat u eruit kwam als vrouw die alleen kon staan.
Die huizen zijn geen stenen. Het zijn uw geschiedenissen, uw rituelen, uw manier om vrede te maken met 's morgens wakker worden. Ze inwisselen voor een gezamenlijk huis is niet per se romantisch. Het is soms een verlies, verpakt als vooruitgang.
Wat apart wonen oplost dat samenwonen niet oplost
- Uw slaapritme. Twee zestigplussers met verschillende nachten is geen kleinigheid. Wie moeilijk slaapt, weet dat een gedeeld bed soms een stille strijd is.
- Uw relatie met uw kinderen. Volwassen kinderen kunnen makkelijker bij u aankloppen als uw huis niet is overgenomen door iemand die zij nog niet hun vader of moeder noemen.
- Uw eigen economie. Een huis verkopen, een hypotheek oversluiten, bezittingen samenvoegen — dat zijn op uw leeftijd niet neutrale handelingen. Ze kleuren uw testament.
- Uw beroep op uzelf. Alleen zijn is niet hetzelfde als eenzaam zijn. Sommige mensen hebben na jaren geleerd hoe ze 's ochtends in hun eigen keuken wakker willen worden. Dat is geen verlegenheid, dat is discipline.
Wat een goede LAT-relatie vraagt
Een lezeres uit Friesland-Stavoren, vierenzestig, weduwe, zei mij onlangs: "Wij hebben samen meer nachten dan een getrouwd stel dat nooit praat. Wij kiezen ze alleen." Ze had gelijk. Aparte huizen vragen om een discipline die veel samenwonende paren niet meer opbrengen.
- Een vaste avond per week die niet geannuleerd wordt, behalve bij iets groots.
- Twee nachten achter elkaar, minimaal, zodat de ochtend samen ook bestaat en niet alleen de avond.
- Gesprekken over wie waar is bij ziekte. Niet als morbide scenario, maar als afspraak. Wie zorgt voor wie, en vanuit welk huis?
- Een kalender met reizen. Aparte huizen werken alleen als u soms bewust samen ergens anders bent, waar geen van beide muren zijn.
Het financiele gesprek dat niemand wil beginnen
LAT heeft het voordeel dat u geen kosten hoeft samen te voegen. Maar het heeft ook een plicht: om eerlijk uit te spreken wie wat betaalt wanneer u samen bent. Een etentje in Amsterdam, een weekend in de Ardennen, een week Curacao — wie draagt wat?
In een tweede relatie na de zestig is dit onderwerp niet een vraag over kleingeld. Het is een vraag over waardigheid. De een heeft pensioen van een directeurschap, de ander leeft van AOW en een kleine erfenis. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het moet wel een gesprek zijn.
Wat aparte huizen niet oplossen
LAT is geen bescherming tegen nabijheid. Wie bang is voor intimiteit, die angst komt mee, ook over twee adressen. Wie moeite heeft met confrontatie, die moeite wordt niet verzacht door afstand. Ze wordt vaak juist groter, omdat u makkelijker kunt vluchten.
Als u kiest voor aparte huizen vanuit angst, kiest u niet voor LAT, u kiest voor vermijding. Dat is iets anders en dat verdient eerlijkheid, niet verpakking.
De vraag die u uzelf mag stellen
Vraag het uzelf, aan uw eigen keukentafel, met een koffie en een pen: "Wil ik apart wonen omdat ik van mijn leven houd zoals het nu is, of wil ik apart wonen omdat ik bang ben dat samenwonen iets zou onthullen?" Het eerste is een volwassen keuze. Het tweede is een signaal.
Tot slot
Twee huizen, een relatie. Het klinkt voor sommigen onromantisch. Ik hoor er vaak het tegenovergestelde in. Twee mensen die goed genoeg voor elkaar en voor zichzelf hebben gezorgd, dat ze samenkomen zonder iets op te geven wat hen tot nu toe heeft gedragen. Dat is een vorm van trouw, niet van voorbehoud.